Gehoor

 
In Nederland zijn bijna 1,5 miljoen mensen slechthorend. De meeste slechthorenden lijden aan gehoorverlies dat bij hun leeftijd past. Een kleiner aantal is slechthorend geworden door een te grote lawaaibelasting of door een ongeval, door een ziekte of vanaf de geboorte.
 

Van mensen boven de 50 jaar heeft ongeveer 15% een gehoorverlies van 35dB. Dat is de grens waarboven zorgverzekeraars het hoortoestel vergoeden. Boven de 60 jaar is 25% slechthorend en boven de 75 jaar is dit aantal al 60%. Boven de 85 jaar is 75% van alle mensen slechthorend.

Slechthorendheid is bijna altijd een sluipende handicap. Het duurt lang voordat de slechthorende zélf de beperkingen van het slechte horen herkent. Oververmoeidheid en hoofdpijn zijn soms de symptomen: dankzij het verslechterde gehoor vraagt het luisteren, vooral in een lawaaierige omgeving, de uiterste concentratie. Vaak heeft de omgeving van de slechthorende al eerder door, dat de tv tegenwoordig harder staat en dat wat duidelijker en rustiger gesproken moet worden.

In veel gevallen biedt een hoortoestel uitkomst. Niet in alle gevallen. De KNO-arts onderzoekt dat. Iedere audicien is ervoor opgeleid om het gehoor te meten en om zo nodig te verwijzen naar een KNO-arts. Audiologische centra zijn gespecialiseerd in het begeleiden van slechthorenden met bijzondere communicatieproblemen, bijvoorbeeld jeugdige slechthorenden.

Bij de selectie en verstrekking van hoortoestellen zijn meerdere partijen betrokken: zorgverzekeraars, zorgaanbieders, fabrikanten/importeurs en leveranciers van hoortoestellen, en cliëntenvertegenwoordigers. Zorgaanbieders, fabrikanten/importeurs, leveranciers van hoortoestellen en cliëntenvertegenwoordigers hebben gezamenlijk normen vastgesteld die de randvoorwaarden vormen voor adequate audiologische zorgverlening. Samenwerking tussen de professionals enerzijds en betrokkenheid van de cliënt in het selectie- en aanpassingstraject anderzijds zijn hierbij belangrijke uitgangspunten.
De veldnormen worden in vier deelgebieden uiteengezet: probleemsignalering, opstellen van een zorgplan, keuze van het hoortoestel en levering en begeleiding. De opstellers van de veldnormen verwachten hiermee een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de hoorhulpmiddelenzorg. Als bijlage bij de 'Veldnorm hoortoestelverstrekking 2009' is de notitie 'NOAH-3 protocol hoortoestelaanpassing 2009' verschenen. Het protocol geeft een overzicht van taken en verantwoordelijkheden.
De Veldnorm hoortoestelverstrekking 2009 en het NOAH-3-protocol zijn ter kennisname te downloaden, maar op dit moment nog niet operationeel. De Veldnorm geeft een omschrijving van triage welke pas na het volgen van de nascholingscursus otoscopie & audiometrie door de StAr-audicien kan worden uitgevoerd. De StAr werkt aan het verder operationaliseren van deze norm.